De gulden van Juliana
Tussen 1954 en 1980 werd de gulden geslagen met de beeltenis van koningin Juliana. Voor veel Nederlanders is dit de munt uit hun jeugd: het geldstuk dat jarenlang in de portemonnee zat. Numismatisch valt de reeks in twee helften uiteen, en dat onderscheid bepaalt voor een groot deel wat een exemplaar waard is.
De vroege guldens, geslagen tot en met 1967, zijn van zilver. Vanaf 1967 stapte de Rijks Munt over op nikkel, omdat de zilverprijs het edelmetaal in circulatiemunt te kostbaar maakte. Een zilveren gulden uit de jaren vijftig heeft daardoor altijd een bodem aan waarde in het metaal zelf, los van de verzamelwaarde. De nikkelen stukken uit de jaren zeventig zijn doorgaans in grote aantallen bewaard gebleven en blijven betaalbaar.
Waar u op let
Bij deze reeks draait het vooral om jaartal, metaal en conditie. Een paar aandachtspunten:
- Jaartal en metaal: zilver (tot 1967) of nikkel (vanaf 1967).
- Muntmeesterteken: naast het jaartal staat een klein teken. Bij 1969 komt zowel de haan als de vis voor, wat een gewild onderscheid oplevert voor jaargangverzamelaars.
- Conditie: circulatiesporen, krassen en slijtage drukken de waarde. Ongecirculeerde stukken staan hoger aangeschreven.
Het aanbod
Ons aanbod telt op dit moment 29 guldens uit de periode 1954 tot 1980, in zowel zilver als nikkel. De prijzen lopen van ongeveer €1 voor een gangbaar nikkelen exemplaar tot rond de €12,50 voor de betere zilveren jaargangen, zoals de gulden uit 1964. Dit is een prettig verzamelgebied om mee te beginnen: overzichtelijk in omvang, met een duidelijke tweedeling en een prijsniveau dat toegankelijk blijft. Wie een complete jaargangreeks wil opbouwen, vindt hier een goed startpunt.