Noorse øre verzamelen
De øre is de onderdeel-eenheid van de Noorse kroon: honderd øre gaan in één krone. Toen Noorwegen in 1875 overging op het decimale kronensysteem, verving dat het oudere speciedaler-stelsel. De munten in dit deel van ons aanbod lopen van 1876 tot 1936, een periode waarin Noorwegen deel uitmaakte van de Scandinavische Muntunie en de vormgeving van de kleine munten grotendeels vastlag.
In de praktijk komt u verschillende denominaties tegen. De kleinste waarden, 1, 2 en 5 øre, werden in brons geslagen. De hogere waarden zoals 10 en 25 øre zijn van zilver, met een laag gehalte dat past bij dagelijks kleingeld. Tijdens de Eerste Wereldoorlog en de nasleep daarvan verscheen ook ijzer als muntmetaal, zichtbaar in de 5 øre uit 1920.
Wat het aanbod laat zien
Op dit moment staan hier dertien stukken. De prijzen lopen van enkele euro's tot ongeveer €17,50, met de 5 øre 1920 in ijzer als hoogst geprijsde munt. De zilveren 10 øre uit 1876, 1898 en 1903 volgen daar vlak onder. Een greep uit wat u kunt verwachten:
- Bronzen kleingeld: 1, 2 en 5 øre uit de jaren 1876 tot 1936, herkenbaar aan de warme roodbruine tint.
- Zilveren øre: 10 en 25 øre, waarbij vroege jaartallen zoals 1876 gewild zijn bij verzamelaars van de eerste kronenreeks.
- IJzeren noodmunt: de 5 øre 1920, een tijdsbeeld van muntmateriaal in schaarste.
Voor wie een land systematisch wil opbouwen, vormen deze munten een overzichtelijk verzamelgebied met een duidelijk begin in 1875.
Waar de waarde vandaan komt
Bij de øre bepaalt vooral het jaartal in combinatie met de conditie wat een munt waard is. Bronzen stukken die hun oorspronkelijke glans behouden hebben, staan hoger aangeschreven dan gesleten exemplaren. Bij de zilveren waarden speelt naast de kwaliteit ook het edelmetaalgehalte mee. Vroege jaartallen uit de begintijd van het kronenstelsel zijn doorgaans lastiger in mooie staat te vinden dan latere.