Munten van koning Willem I
Willem I was de eerste koning van het Koninkrijk der Nederlanden. Zijn muntreeks loopt vanaf de oprichting van het koninkrijk in 1815 tot zijn troonsafstand in 1840. In de jaren die u hier terugziet, tussen 1822 en 1837, werd geslagen in twee munthuizen: Utrecht en Brussel. Tot de Belgische afscheiding in 1830 hoorden de Zuidelijke Nederlanden immers bij hetzelfde rijk. Ons aanbod telt op dit moment 28 stukken, van halve centen en centen in koper tot zilveren dubbeltjes, kwartjes en de zilveren stuiver van vijf cent.
Het muntmeesterteken: B of U
Wie munten van Willem I verzamelt, let al snel op de letter achter het jaartal. Een B staat voor Brussel, een U voor Utrecht. Datzelfde teken bepaalt vaak mede de zeldzaamheid en daarmee de waarde. Twee munten van hetzelfde nominaal en jaar kunnen sterk in prijs verschillen, alleen doordat de ene in Brussel en de andere in Utrecht is geslagen.
Wat de waarde bepaalt
Naast het muntmeesterteken zijn jaartal en conditie doorslaggevend. De koperen stukken zijn gevoelig voor slijtage en corrosie; een scherp, gaaf exemplaar telt zwaarder dan een versleten munt uit hetzelfde jaar. Bij de zilveren coupures speelt daarnaast het edelmetaalgehalte mee. In het aanbod komt zilver van 568/1000 en 569/1000 voor, gehalten die voor deze periode gebruikelijk waren.
De prijzen lopen uiteen van enkele euro's voor een eenvoudige cent tot ruim €139 voor de zilveren stuiver van 1825 uit Brussel. Ook een halve cent uit 1831 en een kwartje uit 1830 behoren tot de duurdere stukken, wat laat zien dat het niet altijd het zilver is dat de prijs maakt. Zeldzaamheid en behoud van een klein koperen muntje kunnen net zo goed doorwegen.
Verzamelaars leggen deze reeks vaak aan per nominaal en per jaartal, of juist compleet per munthuis. Voor wie munten van Willem I wil kopen of de waarde van een eigen stuk wil laten inschatten, kijken wij altijd naar de combinatie van jaar, muntteken en kwaliteit.