De cent van Willem III
De koperen en bronzen cent hoorde bij het dagelijkse kleingeld tijdens de regering van Willem III (1849–1890). Het was de kleinste denominatie in het reguliere muntstelsel, bedoeld voor de allerkleinste betalingen. Op de voorzijde staat de gekroonde waardeaanduiding, op de keerzijde het rijkswapen. Door de grote aantallen die destijds in omloop waren, zijn deze centen nog altijd goed vindbaar en vormen ze een toegankelijk beginpunt voor wie de negentiende-eeuwse rijksmunten wil verzamelen.
Koper en brons
In de loop van de negentiende eeuw veranderde de samenstelling van de cent. De vroegere stukken zijn van koper, latere jaargangen werden in brons geslagen. In ons aanbod komen beide voor. Het verschil is aan kleur en oppervlak vaak te herkennen: koper is roder van tint, brons wat geler en harder. Voor de datering van een los stuk is het jaartal doorslaggevend; de metaalsoort helpt daarbij als aanwijzing.
Wat de waarde bepaalt
Bij deze centen draait het vooral om jaartal en conditie. Sommige jaargangen zijn schaarser dan andere, en een exemplaar met scherpe detaillering en een gave rand is meer waard dan een sterk gesleten stuk. Let daarnaast op corrosie: koper en brons kunnen aangetast raken door vocht, wat zich uit in groene of donkere plekken.
- Jaartal: bepaalt welke jaargang u voor u heeft en hoe gangbaar die is;
- Conditie: van sterk circulatiegebruik tot vrijwel ongecirculeerd;
- Oorspronkelijke glans: bij weinig gebruikte stukken soms nog aanwezig;
- Aantasting: corrosie en vlekken drukken de waarde.
Ons huidige aanbod telt vijftien centen uit de periode 1862 tot 1884, met prijzen van ongeveer €1,50 tot €7,50. De vroege jaargang 1862 behoort daarbij tot de hoger geprijsde stukken. De meeste exemplaren liggen in de onderste helft van die range, wat de cent van Willem III geschikt maakt om een reeks jaartallen bij elkaar te brengen zonder grote uitgaven. Wie gericht een ontbrekend jaartal zoekt, kan het aanbod op jaar doornemen.