De Oostenrijkse 20 schilling
De schilling was van 1925 tot de invoering van de euro in 2002 de munteenheid van Oostenrijk. De 20 schilling verscheen in 1980 als nieuwe grote circulatiemunt, geslagen in nikkel. Wat deze reeks aardig maakt voor de verzamelaar, is dat de Oostenrijkse munt vanaf het begin met wisselende keerzijden werkte. Naast de reguliere uitgaven kwamen er talloze varianten die een provincie, een gebouw of een persoon afbeelden. Zo ontstond binnen één denominatie een lange serie ontwerpen om compleet te maken.
Wat u in het aanbod vindt
Ons aanbod telt op dit moment negen stukken uit de jaren 1980 tot 1990, alle in nikkel. Ze dragen uiteenlopende voorstellingen. Zo is er de uitgave uit 1982 gewijd aan Joseph Haydn, de serie 'Nine Austrian Provinces' uit 1980 en 1981, en munten die kastelen en regio's tonen zoals Hochosterwitz, Grafenegg, Tirol en Vorarlberg. De prijs ligt in het huidige aanbod op €5 per stuk. Deze munten zijn daarmee een toegankelijk beginpunt voor wie de Oostenrijkse schilling wil gaan verzamelen.
Waar de waarde zit
Bij circulatiemunten uit deze periode bepaalt vooral de conditie het verschil. Een stuk in bijna ongecirculeerde staat is duidelijk gewilder dan een versleten exemplaar. Verder speelt de specifieke uitgave een rol: sommige jaargangen en gedenkontwerpen zijn schaarser dan andere. Let bij het aanvullen van een verzameling op:
- het jaartal en de afgebeelde voorstelling;
- de bewaarstaat, met aandacht voor krassen en slijtage op de randen;
- of het om een reguliere uitgave of een gedenkvariant gaat.
Omdat het merendeel van deze munten in nikkel is geslagen, speelt edelmetaalgehalte hier geen rol in de waarde. Het gaat om de verzamelwaarde, niet om de metaalprijs.