De kreuzer: kleingeld van het Oostenrijkse keizerrijk
De kreuzer was eeuwenlang de kleine rekeneenheid in de Habsburgse landen. In het keizerrijk Oostenrijk gold hij tot de kroonhervorming van 1892, toen kroon en heller de gulden en kreuzer vervingen. De munten in deze categorie zijn geslagen vóór die hervorming, met jaartallen van 1800 tot 1879. U vindt hier zowel koperen stukken van lage waarden als zilveren kreuzers in hogere denominaties.
Wat u in het aanbod tegenkomt
De reeks loopt van de 1/2 kreuzer tot de 30 kreuzer. Kleine waarden als de 1 kreuzer werden in koper geslagen; de 10 en 20 kreuzer zijn van zilver. Veel stukken dragen een muntteken, zoals de A voor Wenen of de B voor Kremnitz (het huidige Slowakije). Dat letterteken vertelt waar de munt vandaan komt en is voor verzamelaars een belangrijk onderscheid.
Momenteel omvat deze categorie 13 munten in koper en zilver, met prijzen van ongeveer €1,50 tot €12,50. Tot de duurdere stukken hoort een 30 kreuzer uit 1807 met klop, een tegenstempel dat later op de munt is aangebracht en iets vertelt over het gebruik ervan. Ook een 1 kreuzer uit 1800 en een halve kreuzer uit 1851 vallen in de hogere prijsklasse.
Waar de waarde vandaan komt
Bij kreuzers bepalen enkele vaste factoren de prijs:
- Jaartal en muntteken: sommige jaargangen en munthuizen komen minder vaak voor;
- Conditie: koper slijt snel en corrodeert, dus goed bewaarde exemplaren zijn schaarser;
- Denominatie en metaal: zilveren stukken liggen doorgaans hoger dan koperen kleingeld;
- Bijzonderheden zoals een klop of tegenstempel.
De meeste kreuzers zijn betaalbaar en daarmee een toegankelijk startpunt voor wie het Oostenrijkse keizerrijk wil verzamelen. De historische spreiding over ruim zeventig jaar geeft een goed beeld van hoe het muntbeeld onder de Habsburgers veranderde.