Centesimi uit het koninkrijk Italië
De centesimo was het kleingeld van het koninkrijk Italië, honderd op één lira. Toen Italië in 1861 tot één staat werd gesmeed onder Vittorio Emanuele II, kwam er ook één muntstelsel voor het hele schiereiland. De centesimi die daaruit voortkwamen bleven, in wisselende vormen, tot in de jaren twintig in omloop. Ons aanbod loopt van 1861 tot 1925 en beslaat daarmee drie koningen: Vittorio Emanuele II, Umberto I en Vittorio Emanuele III.
In deze categorie vindt u onder meer stukken van 2, 5, 10, 20 en 50 centesimi. De vroege waarden zijn van koper; de latere 20 centesimi werden in nikkel geslagen en de 50 centesimi van 1920 en 1925 in koper-nikkel (cupronikkel). Dat verschil in metaal hangt samen met de tijd waarin de munt werd gemaakt en helpt bij het thuisbrengen van een stuk.
Waar u op kunt letten
Bij Italiaanse centesimi bepalen enkele dingen samen de waarde. Het jaartal is het eerste houvast, maar let ook op het muntmeesterteken. U ziet in de omschrijvingen bijvoorbeeld (N) voor Napels, (M) voor Milaan en (BI) voor Birmingham, waar sommige jaargangen in opdracht werden geslagen. Datzelfde nominaal uit hetzelfde jaar kan per munthuis verschillen in schaarste.
- Jaartal en koning: bepaalt de reeks en de periode.
- Muntteken: verwijst naar het munthuis (Napels, Milaan, Birmingham, Rome).
- Conditie: koper slijt en verkleurt; scherpte in de details telt zwaar.
- Metaal: koper, nikkel of cupronikkel, afhankelijk van jaar en waarde.
Het aanbod
Op dit moment staan er negentien centesimi in deze categorie, met prijzen van ongeveer €1,50 tot €5,50. Het is verzamelgebied waar u met een bescheiden budget al ver komt. De wat hoger geprijsde stukken, zoals een 10 centesimi 1866 in koper, danken dat meestal aan hun ouderdom of aan de conditie waarin ze bewaard zijn gebleven. Voor wie een land per nominaal of per koning wil opbouwen, vormen deze munten een toegankelijk begin.