Munten uit het Koninkrijk Italië
Italië werd in 1861 verenigd tot één koninkrijk onder het huis Savoye. Vanaf dat moment verschijnt er landelijk muntgeld met eerst Vittorio Emanuele II, later Umberto I en Vittorio Emanuele III op de voorzijde. Ons aanbod in deze categorie valt vrijwel geheel binnen die periode: de jaartallen lopen van 1861 tot 1929. Het gaat om circulatiemunten van klein nominaal, geslagen in koper, nikkel en cupronikkel.
De centesimi vormen het dagelijkse kleingeld: 2, 5, 10, 20 en 50 centesimi. De vroege koperen stukken uit de jaren 1860 dragen een muntmerk dat de slagplaats aangeeft. Een (M) staat voor Milaan, (N) voor Napels en een R voor Rome. Dat teken is voor verzamelaars belangrijk, omdat hetzelfde jaartal per muntplaats kan verschillen in oplage en beschikbaarheid.
Waar het bij Italiaanse munten om draait
De waarde van deze munten wordt vooral bepaald door een paar vaste factoren. Nuttig om op te letten:
- Jaartal en muntmerk samen bepalen welke uitgifte u precies in handen heeft.
- Conditie: bij koperen munten uit de negentiende eeuw is een scherp reliëf zeldzamer dan bij het latere nikkelgeld.
- Het opschrift FERT op de 5 lire, de lijfspreuk van het huis Savoye, die op meerdere zilveren en latere munten terugkeert.
Het aanbod in deze categorie
Op dit moment staan er 25 munten in deze rubriek. De prijzen liggen tussen ongeveer €1,50 en €12,50. Het duurste stuk is een 5 lire uit 1929 met de FERT-inscriptie. Daarnaast vindt u onder meer 1 lira in nikkel uit de jaren twintig, 50 centesimi in cupronikkel uit 1925 en de vroege koperen 5 en 2 centesimi uit 1861 en 1862. Veel van de 20 centesimi in nikkel zijn er in verschillende jaargangen, van 1913 tot in de vroege jaren twintig, wat prettig is als u een jaartallenreeks wilt aanleggen.