De Zeeuwse duit: koperen kleingeld uit de gewesten
De duit was eeuwenlang de kleinste munt in het dagelijks verkeer van de Republiek. Acht duiten gingen in een stuiver, en met een enkele duit betaalde men een brood of een borrel. Zeeland sloeg zijn eigen duiten in koper, en dat is de reden dat u ze vandaag nog in redelijke aantallen tegenkomt. Ons aanbod telt op dit moment 51 stuks, met jaartallen die lopen van 1663 tot 1796. De prijzen bewegen zich van enkele euro's tot rond de €49,50 voor de vroegste stukken.
Waaraan u een Zeeuwse duit herkent
De voorzijde toont het provinciewapen: de klimmende leeuw die half uit de golven oprijst. Daaromheen staat vaak het randschrift met de naam van het gewest. De keerzijde draagt doorgaans de gekroonde wapenschilden of het jaartal. Zeeuwse duiten zijn dun en klein, en door het zachte koper zijn ze gevoelig voor slijtage. Een leesbaar jaartal en een scherp leeuwtje maken in de praktijk een groot verschil.
Wat de waarde van een duit bepaalt, zit vooral in deze punten:
- Jaartal: de zeventiende-eeuwse stukken zijn schaarser dan die uit de late achttiende eeuw;
- Conditie: corrosie, gaten en zware slijtage drukken de prijs, een gave rand en duidelijk reliëf tillen hem op;
- Leesbaarheid: een helder jaartal en herkenbaar wapen zijn voor verzamelaars doorslaggevend.
Verzamelen per jaar
Veel verzamelaars leggen een reeks aan op jaartal. Dat is bij Zeeland goed te doen, omdat de productie over ruim een eeuw doorliep. In ons aanbod vindt u zowel vroege jaargangen als 1663, 1669 en 1689 als een brede reeks uit de jaren 1770 en 1780. De latere jaartallen zijn meestal het toegankelijkst in prijs, wat ze geschikt maakt om mee te beginnen. De vroege duiten vullen daarna de moeilijkere plekken in een collectie.
Wie een Zeeuwse duit wil kopen, kijkt dus niet alleen naar het jaartal maar ook naar de staat van het koper. Wij beschrijven elk stuk apart en fotograferen voor- en keerzijde, zodat u de conditie zelf kunt beoordelen voordat u kiest.