Provinciale munten uit Friesland
Friesland sloeg als een van de gewesten binnen de Republiek der Verenigde Nederlanden zijn eigen munten. Na het uiteenvallen van het centrale gezag mochten de gewesten zelf geld uitgeven, en zo ontstond een reeks stukken die het wapen van Friesland droegen. De munten in deze categorie lopen van 1601 tot 1696 en tonen de dagelijkse betaalmiddelen van die periode: kleine koperen oorden en duiten naast zwaardere zilveren stukken.
Het zwaartepunt van het aanbod ligt bij de zilveren 14 stuiver, ook aangeduid als halve florijn. Daarnaast vindt u koperen munten zoals de oord en de duit, die vaak zonder jaartal werden geslagen. In het huidige aanbod staan 25 stukken, in zilver en koper, met prijzen van enkele euro's voor de eenvoudige koperstukken tot rond de €495 voor een fraaie 14 stuiver uit 1684.
Waar u op kunt letten
De waarde van Friese provinciale munten hangt van een aantal zaken af. Het jaartal speelt mee, net als de conditie: een scherp geslagen stuk met leesbare details brengt meer op dan een sterk gesleten exemplaar. Bij zilveren munten telt het edelmetaalgehalte, bij zeldzamere jaargangen de beschikbaarheid.
- Metaal: zilver bij de grotere waarden, koper bij oorden en duiten.
- Conditie: slijtage, randschade en de scherpte van het muntbeeld.
- Jaartal en type: sommige jaargangen komen vaker voor dan andere.
Kopen en waarderen
Wie Friese provinciale munten wil kopen of de waarde van een stuk uit eigen bezit wil laten bepalen, kijkt het beste naar deze punten in samenhang. Een oord zonder jaartal is doorgaans betaalbaar en geschikt om mee te beginnen; de zilveren halve florijnen vormen de meer gezochte kant van dit verzamelgebied. Wij beschrijven elk stuk apart, zodat u kunt zien waar het om gaat.