Munten van Nederlands-Indië
Nederlands-Indië was ruim anderhalve eeuw een Nederlands koloniaal gebied in Zuidoost-Azië. Voor de handel en het dagelijks betalingsverkeer in de archipel werden aparte munten geslagen, deels in Nederland en deels ter plaatse. Ons aanbod loopt van 1800 tot 1945 en bestaat op dit moment uit ruim 200 stukken in koper, brons, zilver en enkele bijzondere legeringen.
Het gaat om een breed verzamelgebied. U vindt er kleine koperen en bronzen munten zoals de ½ cent, 1 cent en 2½ cent, en zilveren stukken als de 1/10 gulden, ¼ gulden en de gulden zelf. De prijzen in het huidige aanbod lopen van anderhalve euro voor eenvoudige circulatiemunten tot €165 voor een 1 gulden uit 1840. Ook een noodmunt van 1 stuiver uit 1800, geslagen op Java, hoort tot de duurdere stukken.
Wat de waarde bepaalt
Bij munten uit Nederlands-Indië spelen dezelfde factoren als elders. Het jaartal is bepalend, want sommige jaargangen zijn schaarser dan andere. Daarnaast letten wij op de conditie, het muntteken en bij zilveren stukken op het edelmetaalgehalte. Een deel van de zilveren munten is geslagen in zilver .720. Bij de latere oorlogsjaren komen afwijkende metalen voor, zoals brons met lood dat bekendstaat als kanonnenmetaal.
- Jaartal en jaargang: bepaalt vaak de zeldzaamheid
- Muntteken: letters als P of S wijzen op de muntplaats
- Conditie: hoe scherper het reliëf, hoe hoger de waarde
- Metaal: koper, brons of zilver van uiteenlopend gehalte
Voor beginner en gevorderde
Wie begint, kan met de koperen en bronzen centen een aardige reeks opbouwen zonder grote uitgaven. De zilveren gulden- en kwartguldenstukken uit de negentiende eeuw zijn meer iets voor de verzamelaar die gericht naar bepaalde jaargangen zoekt. Ook de munten uit de Britse tussenperiode, zoals de ½ stuiver van 1812 uit Soerabaja, horen bij dit gebied.