Munten van de Nederlandse Antillen
De Nederlandse Antillen vormden vanaf 1954 een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden, met munten in guldens en centen. De reeks begint kort na de instelling van dat statuut en loopt hier door tot 1991. In die decennia veranderde het muntbeeld verschillende keren, van de portretten van koningin Juliana naar die van koningin Beatrix, en werd het wapen van de Antillen op de keerzijde gebruikt.
Wij hebben op dit moment 25 munten uit dit gebied in aanbod, met jaartallen tussen 1954 en 1991. Het gaat om circulatiegeld en enkele herdenkingsuitgaven, in coupures van 1 cent tot 2½ gulden. De prijzen liggen tussen ongeveer €1,50 en €7. Het duurste stuk op dit moment is een 1/4 Gulden uit 1960 in zilver.
Metalen en coupures
De materialen lopen uiteen en zeggen iets over de periode waarin een munt werd geslagen. In het huidige aanbod vindt u onder meer:
- Brons voor de kleine centen, zoals de 1 cent en 2½ cent
- Zilver (.640) voor de vroege 1/10 en 1/4 gulden
- Nikkel en cupronikkel voor de latere guldenmunten
- Aureate bonded steel voor de guldens uit 1989 en 1991
De zilveren tienden en kwartguldens uit de jaren vijftig en zestig zijn voor veel verzamelaars het beginpunt. Ze zijn betaalbaar en tonen goed hoe de vroege naoorlogse muntslag eruitzag.
Waar de waarde vandaan komt
Bij deze munten bepalen jaartal, coupure en conditie samen de waarde. Een zilveren 1/10 gulden uit 1954 vraagt om een andere beoordeling dan een bronzen cent uit de jaren zestig. Let op slijtage aan het portret en het wapen, en op het edelmetaalgehalte bij de zilveren stukken. Munten in ongecirculeerde staat zijn schaarser dan gebruikte exemplaren en dat vertaalt zich in de prijs.