Pruisische pfennig: koperen kleingeld van vóór 1871
De pfennig was in het koninkrijk Pruisen de kleinste rekeneenheid, het geld waarmee dagelijkse aankopen werden afgerond. De stukken in dit verzamelgebied zijn geslagen in de tijd dat Duitsland nog geen eenheidsstaat was, maar bestond uit afzonderlijke koninkrijken en vorstendommen. Pruisen was daarvan de grootste. Ons aanbod bestaat uit koperen denominaties van 1, 2, 3 en 4 pfennig, met jaartallen die lopen van 1752 tot 1868.
De oudere stukken, zoals een 3 Pfennig uit 1752 of een 1 Pfennig uit 1755, dragen de naam van Frederik de Grote. De latere jaargangen, uit de jaren 1840 tot 1868, vallen onder Frederik Willem IV en Wilhelm I. In 1871 kwam de eenwording en werd de mark ingevoerd; de zelfstandige Pruisische pfennig verdween daarmee uit omloop.
Waar u op kunt letten
Bij deze koperen munten bepalen een paar zaken de waarde:
- Jaartal: de vroege 18e-eeuwse stukken zijn schaarser dan de gangbare jaargangen uit het midden van de 19e eeuw.
- Muntteken: een letter als (A), (C) of (D) verwijst naar de munthuizen (Berlijn, Frankfurt, Düsseldorf) en kan een jaargang zeldzamer maken.
- Conditie: koper corrodeert en slijt. Scherpe details en een gelijkmatig oppervlak wegen zwaar mee.
- Denominatie: 1 en 3 pfennig komen minder vaak voor dan de 2 en 4 pfennig.
Wat u in dit aanbod vindt
Het aanbod telt op dit moment 48 stukken, uitsluitend in koper. De prijzen lopen van enkele euro's tot ruim €24 voor het oudste stuk, de 3 Pfennig uit 1752. Een groot deel van de collectie bestaat uit 2 Pfenninge uit de jaren 1826 tot 1868, wat dit een toegankelijk gebied maakt om een reeks jaartallen bij elkaar te brengen. Wie op zoek is naar Pruisische pfennigs voor een landen- of periodecollectie vindt hier een brede spreiding aan jaargangen tegen bescheiden bedragen.