De skilling: Deens kleingeld vóór de kroon
De skilling was eeuwenlang de gangbare rekeneenheid voor kleingeld in Denemarken. Voordat het land in 1875 overstapte op de kroon en øre, rekende men in rigsdaler en skilling. Het aanbod op deze pagina bestaat uit koperen exemplaren uit de jaren 1856 tot 1863, de laatste generatie skillings die onder het Rigsmønt-stelsel werd geslagen. In dat stelsel ging één rigsdaler in 96 skilling.
Wij hebben op dit moment zeven stukken in aanbod, alle in koper. Het gaat vrijwel steeds om de 1 Skilling Rigsmønt, met het jaartal 1856 als terugkerende datum en enkele exemplaren uit 1863. De prijzen lopen van enkele euro's tot ruim negen euro, afhankelijk van de conditie. Dat maakt de skilling een toegankelijk verzamelgebied voor wie met Deense munten wil beginnen zonder meteen veel uit te geven.
Waar u op let
Bij koperen kleingeld als dit bepaalt de conditie het grootste deel van de waarde. Koper slijt en verkleurt, en veel skillings hebben decennia circulatie achter de rug. Let daarom op:
- Jaartal: 1856 komt in ons aanbod het vaakst voor; andere jaren binnen de reeks zijn minder gebruikelijk.
- Conditie: scherpte van de kroon en het cijfer, en de mate van slijtage op de hoogste punten.
- Oppervlak: een egale bruine patina wordt doorgaans hoger gewaardeerd dan een gereinigd of vlekkerig stuk.
Rigsmønt en de overgang naar de kroon
De skillings uit deze periode dragen het portret of monogram van de regerende koning, in de jaren vijftig en zestig van de negentiende eeuw Frederik VII en later Christian IX. Het waren de laatste jaren van een muntstelsel dat al eeuwen meeging. Met de invoering van de gouden kroon in 1875 verdween de skilling uit de omloop. Daardoor zijn goed bewaarde exemplaren een tastbaar stuk Deense muntgeschiedenis geworden.
Wilt u de waarde van een skilling laten bepalen of overweegt u er een te verkopen, dan kijken wij graag mee. Vooral bij koperen munten maakt het verschil tussen een gecirculeerd en een fris bewaard stuk soms meer uit dan het jaartal zelf.