Munten uit de regeringsperiode van Beatrix
Beatrix besteeg de troon in 1980, en tot de invoering van de euro in 2002 droegen de Nederlandse guldenmunten haar beeltenis. Dat is een overzichtelijke maar rijke periode voor de verzamelaar. U vindt hier zowel het courante geld dat destijds in omloop was als de zilveren en gouden herdenkingsmunten die de Rijksmunt bij bijzondere gelegenheden uitgaf. In dit gedeelte gaat het om stukken uit de jaren 1980 tot 2000.
Wat u in dit verzamelgebied tegenkomt
Het courante geld herkent u aan de vertrouwde coupures. De rijksdaalder van 2½ gulden in nikkel, de gulden en de vijfgulden in verbronsd nikkel horen bij het dagelijkse betaalverkeer van die tijd. Daarnaast staan de herdenkingsmunten, meestal in zilver en soms in goud. Denk aan de 50 gulden bij historische thema's zoals Willem van Oranje (1984), de Vier Vorstinnen (1990) en 50 Jaar Bevrijding (1995), en aan de 10 gulden bij 50 jaar Benelux (1994).
De prijzen in het huidige aanbod lopen uiteen van ongeveer een euro voor gangbaar kleingeld tot ruim €57 voor de zilveren vijftig-guldenstukken. Daartussen zit een breed middengebied, wat deze reeks toegankelijk maakt om mee te beginnen.
Waar de waarde vandaan komt
Bij de courante munten uit deze periode is de conditie doorslaggevend. Veel jaartallen zijn in grote aantallen geslagen, dus een gaaf, ongecirculeerd exemplaar telt zwaarder dan een versleten stuk. Let daarbij op:
- Kwaliteit: een scherp, krasvrij muntbeeld maakt het verschil, zeker bij gangbare jaargangen.
- Metaal: de zilveren en gouden herdenkingsmunten hebben een edelmetaalwaarde die meeweegt in de prijs.
- Uitgifte en thema: sommige herdenkingsmunten zijn gewilder dan andere, afhankelijk van oplage en onderwerp.
Voor de zilveren 50 gulden geldt dat het gehalte en het gewicht een bodem onder de waarde leggen, terwijl de staat en de verpakking (los, in coincard of in een originele set) de rest bepalen. Wie gericht wil bijkopen, doet er goed aan per jaartal te kijken welke stukken nog ontbreken.