De Gelderse duit: koperen kleingeld uit de Republiek
De duit was de kleinste courante munt in de dagelijkse handel van de Republiek. Acht duiten gingen in een stuiver, en met dat kleingeld werd op de markt afgerekend, in de herberg betaald en in de collectezak gedaan. Gelderland sloeg zijn eigen duiten, herkenbaar aan het wapen van het hertogdom op de ene zijde en het opschrift met de provincienaam op de andere. Het zijn koperen munten, gemaakt voor gebruik, en dat ziet u vaak terug aan de slijtage.
Wat u in dit aanbod aantreft
Ons aanbod in deze categorie omvat 26 duiten van Gelderland, met jaartallen die lopen van 1690 tot 1794. Vrijwel de hele periode van de latere Republiek is daarmee vertegenwoordigd. De meeste stukken zijn van koper; een enkel exemplaar is in brons uitgevoerd. De prijzen liggen tussen ongeveer €2 en €29,50. Het duurste stuk op dit moment is een duit uit 1690, gevolgd door jaargangen als 1759 en 1703.
Waar de waarde van een duit vandaan komt
Bij duiten draait het vooral om jaartal en conditie. Sommige jaargangen zijn schaarser dan andere, en een exemplaar waarop het wapen en het jaartal nog scherp leesbaar zijn, is duidelijk meer waard dan een sterk gesleten stuk. Let bij het beoordelen op:
- Leesbaarheid van het jaartal: bij koperen munten vaak het eerste dat wegslijt.
- De conditie van het oppervlak: corrosie of putjes drukken de waarde.
- Scherpte van het wapen en het randschrift.
Koper reageert op vocht en lucht, dus bruine tot donkere patina hoort erbij en is op zichzelf geen gebrek. Wat u wilt vermijden zijn actieve, groene uitslag en beschadigingen door verkeerd schoonmaken. Een duit poetsen is bijna altijd een fout; de oorspronkelijke oppervlaktelaag laat zich niet herstellen. Wie duiten van Gelderland wil kopen om een reeks jaartallen compleet te maken, vindt hier een doorsnee van de gangbare en enkele wat minder alledaagse jaargangen.