De duit van Utrecht: koper uit de Republiek
De duit was het kleinste courante muntje in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Acht duiten gingen in een stuiver. U betaalde er brood, veer- en marktgeld mee, en juist doordat het handgeld was raakte het snel versleten. Utrecht sloeg duiten voor zowel de provincie als de stad. Op de stadsduit staat het wapen van Utrecht met het jaartal; de keerzijde draagt de tekst TRA IEC TVM of een variant daarvan.
Ons aanbod in deze categorie loopt over een lange periode: van 1625 tot 1792, verdeeld over 34 stukken. Daarmee dekt het zowel de vroege zeventiende-eeuwse duiten als de latere achttiende-eeuwse jaargangen, die in de handel het meest voorkomen. De prijzen lopen van enkele euro's tot rond de €80.
Waar de waarde vandaan komt
Bij duiten bepaalt vooral de combinatie van jaartal en conditie de prijs. Veel jaargangen zijn ruim geslagen en dus betaalbaar; een scherp, gaaf exemplaar uit een lastiger jaar ligt hoger. Let bij het beoordelen op:
- de leesbaarheid van jaartal en wapen;
- de mate van slijtage op de hoogste punten;
- corrosie of putjes in het koper, wat bij bodemvondsten vaak speelt;
- bijzondere uitvoeringen.
Zo'n bijzondere uitvoering is de zilveren afslag: een duit die in zilver werd geslagen in plaats van in koper, meestal als proef- of pronkstuk. In ons aanbod is de duit Stad Utrecht 1739 als zilveren afslag het duurste stuk, gevolgd door een vroege duit uit 1625.
Verzamelen per jaartal
Veel verzamelaars proberen een reeks jaartallen compleet te krijgen. Utrecht leent zich daar goed voor, omdat er over ruim anderhalve eeuw is geslagen. Wie begint, kan met de achttiende-eeuwse jaargangen zoals 1739, 1767, 1787 of 1792 een aardige basis leggen tegen bescheiden bedragen.