VOC-munten uit Utrecht
De Verenigde Oost-Indische Compagnie gaf haar eigen pasmunt uit voor gebruik in de handelsposten in Azië. Die munten werden niet in de Oost geslagen, maar in de Republiek zelf, verspreid over de zes muntkamers. Utrecht was daar één van. Op deze munten staat het bekende VOC-monogram, samengevoegd tot één ineengevlochten teken, met daaronder of daarnaast de aanduiding van de provincie waar het stuk gemaakt is.
Ons aanbod in dit onderdeel omvat munten die in de muntkamer Utrecht zijn geslagen, met jaartallen die lopen van 1745 tot 1793. Het gaat vooral om koperen kleingeld: duiten, halve duiten en dubbele duiten. Daarnaast komen zilveren stukken voor, zoals een kwart gulden en een enkele gulden. De prijzen lopen uiteen van een paar euro voor een gangbare duit tot ruim €900 voor een zeldzamer zilverstuk.
Waar u op kunt letten
De duit was het dagelijkse wisselgeld van de Compagnie en werd in grote hoeveelheden gemaakt. Veel exemplaren zijn daardoor betaalbaar en goed vindbaar. De waarde wordt vooral bepaald door de conditie van het koper. Duiten hebben vaak geleden onder gebruik, corrosie en bodemvondsten, en een scherp, goed leesbaar exemplaar is een stuk gewilder dan een sterk versleten stuk.
- Jaartal: sommige jaren zijn schaarser dan andere.
- Conditie: leesbaarheid van het monogram, aanslag van het randschrift en de staat van het oppervlak.
- Metaal: koperen duiten tegenover de zeldzamere zilveren guldens en kwart guldens.
- Muntteken: het provincieteken en muntmeestertekens helpen bij het toewijzen aan Utrecht.
Utrecht binnen de provinciale munten
De VOC-uitgiften uit Utrecht horen thuis in het bredere veld van de provinciale muntslag van de Republiek. Wie verzamelt op muntkamer of op jaartal, bouwt vaak een reeks op waarin de verschillende provincies naast elkaar staan. Utrecht neemt daarin een herkenbare plaats in door het monogram en de provinciale signatuur op de keerzijde.