De duit: kleingeld van de Republiek
De duit was ruim twee eeuwen lang het meest alledaagse geldstuk in de Nederlanden. Een klein koperen muntje, geslagen door de afzonderlijke gewesten en steden, dat door ontelbare handen ging. Ons aanbod telt op dit moment 356 duiten met jaartallen van 1593 tot 1803, van provinciale slag uit Holland, Utrecht, Zeeland, Gelderland en West-Friesland tot de bekende VOC-duiten. Voor wie begint met provinciaal koper is dit een van de toegankelijkste verzamelgebieden binnen de Nederlandse numismatiek.
Wat u tegenkomt in dit verzamelgebied
De meeste duiten zijn van koper, en een deel is in brons uitgevoerd. Daarnaast vindt u zilveren afslagen: proefslagen of pronkstukken die in een edeler metaal werden geslagen dan het gewone circulatiegeld. Zo omvat het aanbod stukken als een Zilveren Afslag Duit 1702 uit Holland en een zilveren afslag van Stad Utrecht uit 1739. De koperen circulatieduiten, zoals de VOC-duiten van Holland en West-Friesland, vormen de brede basis.
Wat de waarde bepaalt
Bij duiten letten wij vooral op de volgende punten:
- Gewest of stad: een duit uit Zwolle of Zeeland is een ander stuk dan een Hollandse of Utrechtse slag, en de vraag verschilt per herkomst.
- Jaartal en variant: binnen een reeks bestaan varianten in wapenschild of muntbeeld, wat het verschil kan maken tussen gangbaar en gezocht.
- Conditie: koper corrodeert, dus een leesbaar jaartal en een scherpe slag wegen zwaar.
- VOC-teken: de duiten met het VOC-monogram werden geslagen voor gebruik in Azië en vormen een eigen deelgebied.
De prijzen in het huidige aanbod lopen van enkele euro's voor gangbaar materiaal tot ruim €120 voor bijzondere stukken, zoals de Duit 1639 Zwolle met recht wapen. Daarmee is er ruimte voor wie voorzichtig begint en voor de verzamelaar die gericht een variant zoekt.