Munten van het gewest Zeeland
Zeeland was een van de zeven gewesten binnen de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Het sloeg eigen munten in naam van de provincie, met het provinciewapen en de gebruikelijke aanduidingen die u op provinciaal geld terugvindt. Ons aanbod in deze categorie loopt van 1618 tot 1796 en telt op dit moment 147 stukken, in koper en in zilver.
Wat u in deze categorie aantreft
De coupures die Zeeland uitgaf, dekken het dagelijkse betalingsverkeer en de grotere handelsmunten. Enkele veelvoorkomende types:
- Duit: het kleinste koperen kleingeld, waaronder exemplaren met de aanduiding VOC die voor de handel in de Oost bestemd waren.
- Stuiver en dubbele wapenstuiver: zilveren pasmunt, zoals de dubbele wapenstuiver van 2 stuiver en de latere pijl- of bezemstuiver.
- Scheepjesschelling: de zilveren 6 stuiver met het scheepje op de voorzijde, een herkenbaar en gezocht type.
- Zilveren rijder en dukaton: de zwaardere zilveren handelsmunten, in ons aanbod vertegenwoordigd door een halve zilveren rijder uit 1790.
De prijzen lopen van enkele euro's voor gangbare duiten tot ruim €300 voor het zwaarste zilverstuk. Dat geeft ruimte om zowel breed te verzamelen als gericht een beter stuk uit te zoeken.
Waar de waarde vandaan komt
Bij Zeeuwse provinciale munten bepalen vooral het jaartal, de conditie en het metaal de waarde. Zilveren stukken in scherpe kwaliteit met leesbare details liggen hoger dan sterk gesleten exemplaren. Bij de duiten spelen jaartal en gaafheid van het koper een rol, en zijn VOC-duiten voor veel verzamelaars een apart aandachtsgebied. Let ook op het muntmeesterteken en de leesbaarheid van het randschrift; die helpen bij het toeschrijven en dateren van een munt.