Zilveren munten verzamelen
Zilver loopt als een rode draad door de Europese muntgeschiedenis. Van de provinciale stuivers en rijksdaalders uit de tijd van de Republiek tot de guldens en kwartjes die tot ver in de twintigste eeuw in omloop waren: het edelmetaal bepaalde eeuwenlang de waarde van het geld in de portemonnee. Ons aanbod in deze categorie is breed en telt op dit moment 645 stukken, met jaartallen die reiken van 1597 tot 1999.
U vindt hier een doorsnede van het hele verzamelgebied. Nederlandse en provinciale munten zoals de dubbele wapenstuiver van West-Friesland en de halve zilveren rijder van Zeeland staan naast koloniaal zilvergeld uit Curaçao en buitenlandse stukken uit Griekenland en het Verenigd Koninkrijk. De prijzen lopen uiteen van enkele euro's voor courante kwartjes tot ruim €900 voor een schaarse VOC-gulden uit 1786.
Wat de waarde van zilvergeld bepaalt
Bij zilveren munten spelen meer factoren mee dan bij gewoon kleingeld. Het edelmetaal geeft een bodemwaarde, maar de verzamelaarswaarde ligt vaak hoger.
- Zilvergehalte en gewicht: ons aanbod loopt van laag gehalte zoals .500 tot vrijwel puur zilver van .945, en dat gehalte bepaalt samen met het gewicht de intrinsieke waarde.
- Jaartal en muntplaats: een zeldzaam jaar of een minder gangbare muntplaats kan een stuk fors in waarde doen stijgen, zoals bij de gulden van Wilhelmina uit 1896.
- Conditie: een scherp geslagen munt met weinig slijtage brengt meer op dan een sterk circulatiestuk.
Voor de herkomst en het gehalte kijken we naar het muntmeesterteken, de randschrift en de karakteristieke voorstelling. Die details vermelden wij zo volledig mogelijk bij elk object.
Van klein tot groot
Sommige verzamelaars richten zich op één noemer, bijvoorbeeld alleen zilveren kwartjes of alleen provinciale stuivers. Anderen bouwen een collectie op rond een periode of een gewest. Beide vindt u in dit overzicht terug, van de bescheiden 10 cent van Willem III tot de zware rijksdaalders uit de zestiende eeuw.