De halve gulden onder Wilhelmina
De halve gulden is een klein zilveren muntje dat lang een vaste plaats had in het Nederlandse muntstelsel. Onder koningin Wilhelmina werd het stuk geslagen tussen 1898 en 1930; daarna verdween de waarde uit de omloop. Het was een handzaam betaalmiddel, geslagen in zilver van 945/1000, en droeg het portret van de koningin op de voorzijde. In de loop van haar regering veranderde dat portret enkele keren, van het jonge meisjeskopje uit haar eerste jaren tot de latere, meer volwassen beeltenis.
Wat u in dit verzamelgebied tegenkomt
Ons aanbod telt op dit moment 23 halve guldens met jaartallen die lopen van 1898 tot 1930. De prijzen bewegen zich van enkele euro's voor gangbare, gebruikte jaargangen tot ruim €139 voor een sterk stuk. De hoogste noteringen in het huidige aanbod zijn een halve gulden uit 1906 en een exemplaar uit 1904; ook de eerste jaargang 1898 en het jaar 1909 liggen wat hoger. Veel voorkomende jaren als 1921, 1922, 1928 en 1929 zijn doorgaans toegankelijker.
Wat de waarde bepaalt
Bij de halve gulden draait het vooral om drie dingen: het jaartal, de conditie en de scherpte van het reliëf. Sommige jaargangen zijn schaarser dan andere, en juist een gaaf, weinig gesleten exemplaar loopt in waarde op. Let daarnaast op:
- de leesbaarheid van jaartal en muntmeesterteken;
- slijtage op de wangen van het portret en op de kroon;
- eventuele krassen, poetssporen of randbeschadiging.
Het zilvergehalte van 945/1000 geeft de munt een bodemwaarde, maar bij de betere jaargangen ligt de verzamelaarswaarde daar meestal ruim boven. Wie gericht wil aanvullen, kijkt daarom eerst naar jaartal en kwaliteit, en pas daarna naar het zilvergewicht.