De 1 cent van Wilhelmina
De 1 cent was decennialang het kleinste courante muntje in de Nederlandse portemonnee. Onder koningin Wilhelmina liepen deze centen van het einde van de negentiende eeuw tot ver in de Tweede Wereldoorlog. In ons aanbod staan op dit moment 31 stukken met jaartallen tussen 1896 en 1943. Veel verzamelaars gebruiken deze reeks om gaten in een jaargangencollectie te vullen, omdat de meeste jaren zonder grote moeite te vinden zijn.
De prijzen lopen uiteen van rond de €1 voor gangbare jaren tot €54,50 voor de vroege 1 cent 1896. Dat verschil zit hem vooral in het jaartal en de conditie. Een cent die nog scherpe kroontjes en leesbare tekst heeft, staat hoger aangeschreven dan een sterk gesleten exemplaar uit hetzelfde jaar.
Van brons naar oorlogsmetaal
Het grootste deel van de reeks werd in brons geslagen. Tegen het einde van de bezettingsperiode veranderde dat noodgedwongen. Door metaalschaarste verscheen in 1943 de 1 cent in zink, en werden daarnaast centen in geelkoper geslagen met het muntteken P, die werden buiten Nederland vervaardigd. Beide varianten vindt u terug in ons aanbod en ze vormen een herkenbaar sluitstuk van de serie.
Waar u op let bij het verzamelen
De waarde van een 1 cent uit deze periode wordt bepaald door een paar vaste factoren:
- Jaartal: vroege jaren zoals 1896 zijn schaarser dan de jaren twintig en dertig;
- Conditie: hoe minder sleet op het randschrift en de details, hoe gewilder;
- Metaal en muntteken: de zink- en geelkoperuitgaven van 1943 onderscheiden zich duidelijk van de reguliere bronzen centen.
Wilhelmina regeerde van 1890 tot 1948, en de 1 cent liep parallel aan drie andere kleine coupures uit haar tijd. Wie de centen van Wilhelmina koopt, bouwt daarmee vaak aan een bredere verzameling van het Nederlandse kleingeld uit die jaren.