Het briefje van één gulden
Onder deze noemer vallen Nederlandse papieren met een nominale waarde van één gulden: zilverbonnen en muntbiljetten die zijn uitgegeven door het Ministerie van Financiën, en niet door De Nederlandsche Bank zelf. Dat verschil is voor verzamelaars belangrijk. Een zilverbon of muntbiljet was staatspapier, uitgegeven in tijden waarin munten schaars werden of het metaal elders nodig was.
Ons huidige aanbod loopt van 1914 tot 1949 en telt acht stukken. De prijzen liggen tussen ongeveer €4,50 en €225. Dat laatste betreft een vroege zilverbon uit 1914 in een betere kwaliteit. De goedkopere biljetten zijn doorgaans de latere muntbiljetten van Wilhelmina en Juliana, die in grotere aantallen bewaard zijn gebleven.
De belangrijkste uitgiften
- Zilverbonnen (1914, 1920): noodgeld uit de Eerste Wereldoorlog, ingewisselbaar tegen zilveren munt.
- Muntbiljetten Wilhelmina (1943, 1945): het bekende type NVMH 05 en 06, deels gedrukt in de oorlogsjaren.
- Muntbiljet Juliana (1949): NVMH 07, met het portret van de nieuwe koningin.
Waar de waarde vandaan komt
Bij papiergeld weegt de conditie zwaarder dan bij munten. Een biljet dat nog stijf is, met scherpe hoeken en zonder vouwen of vlekken, brengt een veelvoud op van hetzelfde biljet dat rondgesleten is. Let daarnaast op het jaartal en de lettervariant. Bij de zilverbon van 1920 maakt het aantal letters in de serie verschil, en bij de muntbiljetten scheiden de NVMH-subtypes (1A, 1C) de gewone stukken van de schaarsere varianten.
Voor wie een 1 gulden biljet wil kopen of de waarde van een geërfd stuk wil weten, zijn dat de punten om op te letten. Vouwen, scheurtjes, gaatjes van een nietje en verkleuring zijn allemaal van invloed. Wij beschrijven de kwaliteit per biljet en taxeren ook losse stukken die u zelf in bezit heeft.