Het tientje: 10 gulden in papier
Het bankbiljet van 10 gulden hoort tot de meest verzamelde Nederlandse coupures. Het bedrag lag lang binnen bereik van het dagelijks gebruik, waardoor het tientje in veel uitvoeringen is verschenen. Ons aanbod loopt van biljetten uit 1921 tot 1968 en beslaat daarmee een reeks ontwerpen die de geschiedenis van De Nederlandsche Bank goed laat zien.
Van Zeeuws Meisje tot Frans Hals
De vroege tientjes dragen sprekende namen. Het biljet Arbeid en Welvaart uit 1921 en het Zeeuws Meisje uit 1924 behoren tot de klassieke Nederlandse ontwerpen. Uit de oorlogsjaren stammen het Type Emma (1940) en het zogenoemde Lieftincktientje van 1945, dat samenhangt met de geldzuivering na de bevrijding. De naoorlogse serie met Hugo de Groot (1953) en het latere Frans Hals-biljet (1968) sluiten de reeks af. Bij die laatste komt ook de variant met het bekende Bulls Eye-watermerk voor.
Wat de waarde bepaalt
De prijs van een tientje hangt vooral af van het jaartal, de zeldzaamheid van het type en de conditie van het papier. Een biljet dat ongevouwen en fris is gebleven, met scherpe hoeken en volle kleuren, ligt hoger dan een veelgebruikt exemplaar met vouwen of scheurtjes. Ook varianten binnen één jaartal, aangeduid met NVMH-catalogusnummers, kunnen verschillen in prijs.
- Jaartal en type: vroege uitgiften zijn doorgaans schaarser.
- Conditie: van sterk gebruikt tot vrijwel ongecirculeerd.
- Variant: kleine verschillen die met NVMH-nummers worden vastgelegd.
In het huidige aanbod staan 16 biljetten, met prijzen van enkele euro's tot ongeveer €295 voor het biljet uit 1921. Wie een 10 gulden biljet wil kopen, vindt zo zowel betaalbare instapstukken als schaarsere vroege uitgiften. Twijfelt u over de kwaliteit of echtheid van een eigen exemplaar, dan kijken wij daar graag naar.