Het 100 gulden biljet verzamelen
Het briefje van honderd gulden hoorde decennialang tot de grotere coupures in de Nederlandse portemonnee. De Nederlandsche Bank gaf het uit in wisselende ontwerpen, van de klassieke figuurvoorstellingen uit de eerste helft van de twintigste eeuw tot de meer abstracte biljetten van de jaren zeventig en tachtig. Voor verzamelaars vormt de reeks een aantrekkelijk overzicht van hoe het Nederlandse bankbiljet zich in vormgeving en druktechniek ontwikkelde.
Wat u in dit verzamelgebied tegenkomt
Ons aanbod loopt van 1921 tot 1992 en laat verschillende bekende types zien. Enkele voorbeelden uit de doorsnede:
- 1921 Grietje Seel: een vroeg biljet met een portretvoorstelling, gecatalogiseerd onder NVMH 116-2.
- 1945 Geldzuivering: uitgegeven in het kader van de naoorlogse geldsanering, NVMH 119-1A, het duurste stuk in het huidige aanbod.
- 1970 Michiel de Ruyter en 1977 de Snip: herkenbare naoorlogse ontwerpen.
- 1992 Steenuil: het latere biljet met vogelthema, in twee varianten (NVMH 124-1A en 124-1B).
De prijzen in het actuele aanbod lopen van rond de €25 tot ruim €550, afhankelijk van type, jaar en kwaliteit. Dat verschil laat goed zien hoezeer conditie en zeldzaamheid meewegen.
Wat de waarde bepaalt
Bij bankbiljetten telt de kwaliteitsgraad zwaar. Een ongevouwen, ongecirculeerd exemplaar brengt aanzienlijk meer op dan een biljet met vouwen, vlekken of afgesleten hoeken. Daarnaast spelen het jaartal, het type en de variant een rol; het NVMH-nummer geeft daarbij houvast. Vroege uitgaven en bijzondere emissies zoals de geldzuivering van 1945 zijn doorgaans schaarser dan de latere reguliere biljetten.
Wij bieden zowel gebruikte als ongebruikte exemplaren aan, in uiteenlopende graden. Wie gericht een bepaald type zoekt, let het beste eerst op het jaartal en het NVMH-nummer, en daarna op de beschreven conditie. Zo weet u precies welk biljet u voor u heeft en wat de vraagprijs daarbij hoort.