Australische munten verzamelen
De Australische muntgeschiedenis valt in twee tijdvakken. Tot 1966 rekende men in ponden, shillings en pence, in het Britse stelsel. Op de munten staat het portret van de regerende Britse vorst; de keerzijden dragen vaak Australische dieren en symbolen. In 1966 stapte het land over op het decimale stelsel met dollars en cents. Die overgang is goed te herkennen in het aanbod, dat loopt van vooroorlogse pennies tot cupronikkel uit de jaren zeventig en tachtig.
Ons aanbod telt op dit moment 34 munten met jaartallen tussen 1914 en 1983. U vindt er bronzen pennies en halve pennies, zilveren pence uit de pre-decimale periode en cupronikkelen munten van na 1966. De prijzen lopen van rond €1,50 tot ruim €27,50, waarbij de vroege bronzen halve pennies uit 1914 en 1915 tot de duurdere stukken horen.
Waar de waarde vandaan komt
Bij Australische munten spelen dezelfde factoren als elders. Het jaartal telt zwaar: de vroegste uitgaven uit de jaren tien zijn schaarser dan die uit de jaren vijftig. De conditie bepaalt daarnaast veel; een penny die weinig heeft gecirculeerd is duidelijk meer waard dan een sterk gesleten exemplaar. Bij de zilveren pence speelt ook het edelmetaalgehalte mee. Een deel van het zilver is van het gehalte .500, dus voor de helft zilver.
Van pence tot cents
Herkenbare stukken in het aanbod zijn de zespences en driepences in zilver, de bronzen pennies uit de jaren dertig en de latere 50 cents in cupronikkel. Daaronder de gedenkuitgave voor de Commonwealth Games van Brisbane uit 1982. Zulke munten zijn een toegankelijke manier om met een wereldverzamelgebied te beginnen, omdat veel exemplaren betaalbaar blijven.
- Pre-decimaal (tot 1966): pennies, halve pennies, drie- en zespences
- Decimaal (vanaf 1966): cents en 50 cents in cupronikkel