Zweedse munten verzamelen
Zweden heeft een lange en goed gedocumenteerde muntgeschiedenis, en dat maakt het een dankbaar verzamelgebied. In ons aanbod vindt u op dit moment ongeveer 75 stukken, met jaartallen die lopen van 1707 tot 1959. Daarmee bestrijkt de reeks zowel het koperen kleingeld van de achttiende eeuw als het zilveren en bronzen pasmunt uit de negentiende en twintigste eeuw.
Van daler naar öre
De oudste stukken bij ons horen bij het oude Zweedse geldstelsel, met onder meer koperen daler-munten. Uit die periode hebben we bijvoorbeeld een 1 Daler 1718 in koper. In 1855 stapte Zweden over op een decimaal stelsel met de öre, en in 1873 kwam de krona als hoofdmunt. Veel van de negentiende- en twintigste-eeuwse munten in dit overzicht dragen coupures als 2, 5, 10, 25 en 50 öre. U komt ook de skilling banco tegen, het kleingeld dat aan de decimalisering voorafging, zoals een 1/3 Skilling Banco 1843 uit de regering van Carl XIV Johan.
Metaal en waarde
De munten zijn geslagen in koper, brons en zilver. Het bronzen kleingeld (2, 5 en 10 öre) is doorgaans het meest gangbaar, terwijl de öre-coupures in zilver wat schaarser liggen. Wat een Zweedse munt waard is, hangt vooral af van deze punten:
- Jaartal en muntheer: sommige jaargangen zijn zeldzamer dan andere.
- Conditie: slijtage bepaalt sterk het verschil, zeker bij oud koper.
- Metaal: zilveren stukken hebben een edelmetaalbasis onder de verzamelwaarde.
De prijzen in het huidige aanbod lopen van een paar euro voor gangbaar kleingeld tot €29,50 voor de duurdere zilveren öre-stukken, zoals een 50 Öre 1875 en een 10 Öre 1882. Dat maakt dit een gebied waar u met een bescheiden budget al een aardige doorsnede kunt opbouwen.
Voor wie gericht zoekt: let bij het vergelijken van munten uit dezelfde coupure altijd op het jaartal en de scherpte van het reliëf. Twee ogenschijnlijk gelijke stukken kunnen in kwaliteit en daarmee in waarde flink verschillen.