Belgische munten verzamelen
België kreeg na de onafhankelijkheid in 1830 een eigen muntstelsel, gebaseerd op de frank en de decimale onderverdeling in centimes. De munten die u op deze pagina vindt, komen uit de periode van koning Leopold I tot in de jaren dertig van de vorige eeuw. Ons aanbod loopt van 1844 tot 1933 en telt op dit moment 35 stukken.
Het gaat om alledaags circulatiegeld: centimes en franks die decennialang van hand tot hand gingen. Juist daardoor is de conditie zo bepalend voor de waarde. Een sterk gesleten munt uit een grote oplage is doorgaans niet veel meer waard dan zijn metaal, terwijl een goed bewaard exemplaar met scherpe details flink in prijs kan oplopen. De prijzen in ons aanbod lopen van enkele euro's tot bijna €500 voor een zeldzame vroege 5 francs uit 1844.
Wat u in het aanbod tegenkomt
Een aantal typen keert regelmatig terug. Denk aan de 20 centimes uit de jaren vijftig van de negentiende eeuw, de 25 centimes met het ronde gat uit de jaren tien en twintig, en de nikkelen 5 francs uit de vroege jaren dertig. Veel Belgische munten dragen zowel Nederlandstalige als Franstalige varianten, en dat onderscheid telt mee voor verzamelaars.
- Taal: Nederlandstalige (BELGIE) en Franstalige (BELGIQUE) uitgiften vormen aparte varianten.
- Jaartal en positie: bij vroege stukken zoals de 5 francs 1844 kan de positie van het randschrift het verschil maken.
- Metaal: in het aanbod vindt u zilver, koper, nikkel en cupro-nikkel.
Waar de waarde vandaan komt
Bij Belgische munten kijken wij vooral naar jaartal, taalvariant, conditie en het edelmetaalgehalte. Zilveren stukken hebben een bodem in hun materiaalwaarde; de meerprijs zit in zeldzaamheid en behoudsstaat. Voor wie gericht Belgische munten wil kopen of de waarde van een eigen stuk wil inschatten, zijn dat de punten waarop u het beste let. Twijfelt u over een variant of jaartal, dan kijken wij graag mee.