Duitse munten verzamelen
Duitsland is voor de verzamelaar een groot gebied, simpelweg omdat er lang geen sprake was van één Duitsland. Tot de eenwording in 1871 sloegen tientallen staten, koninkrijken en vorstendommen hun eigen munten: Pruisen, Nassau, Hessen-Darmstadt, Jülich-Berg en vele anderen. Daarna volgde het Duitse Rijk met een gemeenschappelijk muntstelsel, de Weimarrepubliek, de periode van het Derde Rijk, de DDR en de latere Bondsrepubliek. In ons aanbod komt die hele lijn terug, met munten die lopen van 1703 tot 1971.
Van vroege staten tot het Duitse Rijk
De oudere stukken zijn vaak koperen kleingeld: pfenninge, kreuzer, stuber en silbergroschen uit de losse staten. Deze munten dragen nog de naam en het wapen van de betreffende vorst of stad, en het muntteken vertelt in welke muntplaats ze geslagen zijn. Vanaf 1871 verschijnt de vertrouwde aanduiding Deutsches Reich, met pfennig-munten in koper en de bekende marken in zilver. Bij het Duitse Rijk staat de letter voor de muntplaats (A voor Berlijn, D voor München, F voor Stuttgart, J voor Hamburg, en zo verder), en die letter kan het verschil maken in zeldzaamheid.
Wat de waarde bepaalt
Bij Duitse munten kijken we vooral naar deze punten:
- Jaartal en muntteken: dezelfde munt kan per muntplaats en jaar sterk verschillen in zeldzaamheid.
- Conditie: sleet kleingeld snel, dus goed bewaarde exemplaren zijn schaarser dan de oplage doet vermoeden.
- Metaal: zilveren stukken zoals de 5 Reichsmark hebben een edelmetaalwaarde naast de verzamelwaarde.
In het huidige aanbod vindt u ruim honderd munten in koper, ijzer en zilver. De prijzen lopen van enkele euro's voor gangbaar kleingeld tot ruim €30 voor de zilveren 5 Reichsmark met de beeltenis van Paul von Hindenburg. Dat maakt dit een gebied waarin een beginnende verzamelaar goed uit de voeten kan, terwijl er ook stukken tussen zitten die een lopende collectie aanvullen.