Munten van het gewest Gelderland
Gelderland was een van de zeven gewesten van de Republiek der Verenigde Nederlanden en sloeg lange tijd munten op eigen naam. In ons aanbod binnen deze categorie vindt u stukken uit de periode van 1640 tot 1803, van klein koperen kleingeld tot grotere zilveren handelsmunten. De prijzen lopen uiteen van enkele euro's tot ongeveer €195, afhankelijk van soort, metaal en kwaliteit.
Het meeste dagelijkse geld van het gewest bestond uit de duit, een kleine koperen munt die in grote hoeveelheden werd geslagen. Duiten zijn er in veel jaargangen en vormen voor beginnende verzamelaars vaak het startpunt. Aan de andere kant van het spectrum staat de leeuwendaalder, een zilveren munt die vooral voor de handel was bedoeld en tot ver buiten de Republiek circuleerde. In het huidige aanbod is een leeuwendaalder uit 1640 het duurste stuk.
Wat u in het aanbod tegenkomt
De doorsnede laat zien dat het accent ligt op koperen duiten uit de achttiende eeuw, aangevuld met zilveren en enkele bronzen stukken. Voorbeelden zijn:
- de leeuwendaalder van 1640 in zilver;
- een 1 gulden uit 1763;
- de pijl- of bezemstuiver van 1785 en de dubbele wapenstuiver uit datzelfde jaar;
- diverse duiten uit onder meer 1703, 1753, 1759, 1767, 1783 en 1803.
Waar de waarde van afhangt
Bij Gelderse provinciale munten bepaalt vooral het samenspel van jaartal, muntsoort en conditie de waarde. Zilveren stukken als de gulden en de leeuwendaalder liggen doorgaans hoger dan de koperen duiten. Bij duiten maakt het jaartal verschil, en zeker de gaafheid van de afbeelding: het gewestwapen en het jaartal moeten leesbaar zijn. Slijtage, corrosie en eerdere reiniging drukken de waarde. Wie Gelderse munten wil kopen of laten taxeren, doet er goed aan te letten op de scherpte van het reliëf en de originele oppervlaktetoestand.