Munten van het Koninkrijk der Nederlanden
Sinds de oprichting van het Koninkrijk in 1815 zijn er munten geslagen onder achtereenvolgens Willem I, Willem II, Willem III, Wilhelmina, Juliana, Beatrix en Willem-Alexander. Dat is een lange, aaneengesloten reeks. Ons aanbod in deze categorie beslaat munten met jaartallen van 1822 tot 2000, van de kleine koperen halve cent tot het gouden tientje.
Het gaat om een breed verzamelgebied. U vindt er circulatiemunten in koper, brons, zink en nikkel, maar ook zilveren guldens en rijksdaalders en gouden tientjes. Het materiaal in het huidige aanbod loopt uiteen van geelkoper en cupronikkel tot zilver in verschillende gehaltes en goud. Prijzen beginnen bij enkele euro's voor gangbaar kleingeld en lopen op tot ruim €800 voor de gouden tientjes van Willem III.
Waar de waarde vandaan komt
Bij Koninkrijksmunten bepalen een paar factoren samen de waarde. Het jaartal is vaak leidend, omdat oplages per jaar sterk verschilden. Daarnaast telt de conditie zwaar: een munt in gecirculeerde staat is iets heel anders dan een exemplaar met scherp reliëf. Bij zilveren en gouden munten speelt bovendien het edelmetaalgehalte mee, zeker bij de tientjes en de zilveren guldens.
- Jaartal en muntteken: welke muntplaats, welk regeringsjaar
- Conditie: van sterk gesleten tot vrijwel ongecirculeerd
- Metaal: koper en brons versus zilver en goud
- Type en coupure: van halve cent tot 10 gulden
Een verzamelgebied met veel ingangen
Sommige verzamelaars leggen zich toe op één vorst, bijvoorbeeld de munten van Wilhelmina, die een lange regeringsperiode besloeg. Anderen zoeken één coupure door de jaren heen, zoals de gulden of de rijksdaalder. Voor wie begint is het gangbare kleingeld een toegankelijke manier om vertrouwd te raken met de reeks. De gouden tientjes vormen aan de andere kant een gewild specialisme. Wij helpen u graag bij het bepalen van type, jaartal en kwaliteit.