Poolse munten verzamelen
Polen kent een bewogen muntgeschiedenis, en dat is aan het geld af te lezen. Ons aanbod loopt van 1917 tot 1990 en bestrijkt daarmee een groot deel van de twintigste eeuw: van uitgiften uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog tot de zloty-munten uit de volksrepubliek. Op dit moment vindt u hier ongeveer achttien stukken, in brons, ijzer, cupronikkel en zilver .625.
De oudste munt in het aanbod is een 10 Fenigow uit 1917, geslagen in ijzer. Ijzeren munten uit deze periode ontstonden door schaarste aan koper en nikkel; ze zijn gevoelig voor roest, waardoor de conditie sterk uiteenloopt. Uit het interbellum komen kleine bronzen munten als de 2 Grosze en 5 Groszy van 1937. Het grootste deel van het aanbod bestaat uit zloty-munten van na de Tweede Wereldoorlog, vaak in cupronikkel.
Herdenkingsmunten en zilver
Een deel van de zloty-uitgiften zijn herdenkingsmunten. Zo eert de reeks met portretten van Poolse vorsten figuren als Boleslaw I Chrobry en Kazimierz I Odnowiciel. Het duurste stuk in het huidige aanbod is de 1000 Zlotych van 1982, geslagen in zilver .625 ter gelegenheid van het bezoek van paus Johannes Paulus II. De prijzen lopen van rond de anderhalve euro tot ruim eenentwintig euro.
Waar de waarde vandaan komt
Bij Poolse munten uit deze periode bepalen vooral jaartal, conditie en metaal de waarde. Bij de zilveren herdenkingsmunten telt het edelmetaalgehalte mee. Bij circulatiemunten uit brons en zeker ijzer maakt de bewaarstaat veel uit, omdat corrosie de kwaliteit snel aantast. Let bij vergelijkbare munten op kleine verschillen in jaartal; sommige jaargangen komen minder vaak voor dan andere.