Munten van de provincie Utrecht
Onder deze categorie vallen munten die zijn geslagen in of namens het gewest Utrecht, in de periode van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Elke provincie had toen het recht om eigen munt te slaan, en Utrecht was daarin een van de actieve muntplaatsen. In het huidige aanbod vindt u stukken met jaartallen van 1625 tot 1794, uitgevoerd in zilver en koper. De prijzen lopen van enkele euro's tot rond de €950, afhankelijk van muntsoort, zeldzaamheid en conditie.
Wat u in het aanbod tegenkomt
Een groot deel bestaat uit koperen duiten van de Stad Utrecht, het dagelijkse kleingeld van de achttiende eeuw. Daarnaast zijn er zilveren stukken en munten die voor de VOC werden geslagen, herkenbaar aan het VOC-monogram. Enkele voorbeelden uit de voorraad:
- Duiten Stad Utrecht: koperen kleingeld uit uiteenlopende jaren, zoals 1739, 1756, 1767 en 1791.
- VOC-duiten: koperen duiten en dubbele duiten met VOC-monogram, onder meer uit 1754 en 1790.
- Dubbele wapenstuivers: zilveren stukken met kabelrand uit 1787 en 1794.
- 1 Gulden 1786 VOC: het duurste stuk in het huidige aanbod, in zilver.
De duiten zijn doorgaans toegankelijk geprijsd, terwijl zeldzamer zilverwerk en bijzondere afslagen hoger liggen. Zo is er een zilveren afslag van de duit uit 1739, een variant die in een ander metaal is uitgevoerd dan het gangbare koper.
Wat de waarde bepaalt
Bij provinciale munten kijken wij naar een aantal vaste punten. Het jaartal speelt een rol, omdat sommige jaargangen schaarser zijn dan andere. De conditie is vaak doorslaggevend: een duit met scherpe details en een gave rand is meer waard dan een sterk gesleten exemplaar. Bij zilver telt daarnaast het edelmetaalgehalte mee, en bij randversieringen zoals de kabelrand let u op of die nog volledig aanwezig is. Muntmeestertekens en kleine varianten in het muntbeeld kunnen eveneens verschil maken.
Wilt u Utrechtse provinciale munten kopen of hebt u zelf een verzameling waarvan u de waarde wilt laten bepalen, dan bekijken wij die graag met u.