Oostenrijkse munten verzamelen
De Oostenrijkse muntgeschiedenis loopt van het keizerrijk onder de Habsburgers tot de moderne republiek, en dat is terug te zien in ons aanbod. U vindt hier munten uit ruwweg de periode 1800 tot 1990, met nominalen als kreuzer, florin, corona, groschen en schilling. De oudste stukken stammen uit de tijd van keizer Frans I; de jongste horen bij de Tweede Republiek na 1945.
Het gaat om een breed verzamelgebied. Koperen kreuzers uit het midden van de negentiende eeuw staan naast zilveren stukken als de 2 Corona en de 1/4 Florin, en daarnaast de lichte aluminium schillingen die na de oorlog werden geslagen. In het huidige aanbod van 54 munten lopen de prijzen uiteen van ongeveer een euro tot rond de €37,50. De duurdere stukken zijn nu een 50 Groschen uit 1934 in cupronikkel en de zilveren 2 Corona uit 1912.
Waar de waarde vandaan komt
Bij Oostenrijkse munten spelen dezelfde factoren mee als elders. Het jaartal en de muntplaats bepalen veel; de letter naast het jaartal (bijvoorbeeld A voor Wenen of B voor Kremnica) verwijst naar de munt waar het stuk geslagen is. Verder wegen mee:
- de conditie: slijtage, krassen en of er nog reliëf en glans over is;
- het metaal, van koper en aluminium tot zilver met een zeker gehalte;
- bijzonderheden als een klop, een contramerk of een afwijkende variant.
De zogeheten Schilling-gedenkmunten uit de jaren tachtig, zoals de uitgiften voor het bisdom Linz en kasteel Grafenegg, vormen een aparte hoek binnen het gebied. Ze zijn relatief recent en goed te vinden, wat ze geschikt maakt voor wie begint. Wilt u een Oostenrijkse munt kopen of laten taxeren, dan kijken wij graag met u mee naar jaartal, muntteken en kwaliteit.